Voettocht in de stilte.

s Morgens vertrokken we vroeg met de bus naar Hugdikhola. Martina, Jann en ik. Drie vriendinnen die een wandeltocht zouden gaan maken in de bergen van Chepang Hills in Nepal. Het was een voorbereiding op de tocht die Jann en ik later in onze vakantie zouden gaan maken naar het basecamp van de Anapurna, een van de acht bergen behorende tot de Himalaya.

Jann en ik waren pas een paar dagen in Nepal, onder andere om Martina te bezoeken. Ze woonde hier sinds een paar maanden en had ons van het vliegveld opgehaald, meegenomen naar een hotelletje midden in Kathmandu en geregeld dat we met z’n drieen en een Engels sprekende gids ons uithoudingsvermogen zouden gaan testen in het eenzame berggebied. Ook zou er een gids mee gaan die het gebied erg goed kende, maar hij sprak geen Engels en zo hadden we twee gidsen. We hadden alleen een klein rugzakje bij ons met het hoognodige voor vier dagen. Na een paar uur in de bus hobbelen kwamen we in het vertrekdorp aan en werden voorgesteld aan beide gidsen, Bipak en Man. Er was een kleine markt met voornamelijk groente- en fruitkraampjes. Het geheel zag er fleurig uit. Bij een vrolijk geklede vrouw en haar dochter aten we een bordje koolhydraatrijke bami, goed voor de latere wandeling.

IMG_3329.JPG
Moeder en dochter zorgden voor een heerlijk bord bami

Vanaf de plek waar we zaten hadden we een veelbelovend uitzicht op de start van onze tocht. Aan de overkant van de straat lagen trapsgewijs een tiental huizen tegen een rotsachtige heuvel gebouwd. Hier tussendoor zagen we een stijle trap naar boven slingeren, verdwijnend achter de huizen. Dit begin bezorgde me al een vermoeden van afzien, pijnlijke voeten, blaren en ademnood. Martina had er erg veel zin in. Ze was nieuwsgierig naar de tocht omdat ze deze later in haar reisprogramma wil aanbieden aan toeristen. Ook beide gidsen worden daar dan weer in betrokken.

IMG_3331.JPG
De start van onze tocht, veel trappen.

Goed, onze tocht begon. In ieder geval zouden we vier dagen lang geen auto of fiets meer zien, geen douche en veel meer niet. Na twintig steile traptreden, uitgehouwen in rotsblokken, begonnen Jann en ik al naar adem te happen. We besloten om gewoon langzaam in ons eigen tempo te lopen, regelmatig te stoppen en water te drinken en ons niet te laten opjutten. De rest zou toch wel op ons wachten. Na elke korte pauze ging het wat beter en konden we weer klimmen. Na een uurtje konden we af en toe op de omgeving letten in plaats van op onze ademhaling en de voeten en kuiten van degene die voor ons liep. En wat een omgeving! Deze eerste dag, eigenlijk was het alleen de middag, klommen we van 300 naar ongeveer 1200 meter hoogte, naar het dorpje Hattibang. In mijn herinnering hebben we alleen aan het einde van deze middag een paadje bewandeld dat niet omhoog liep, maar recht vooruit tussen slingerde, niet omhoog, niet omlaag. Als je even stil bleef staan en luisterde, hoorde je… niets. Geen verkeer, geen mensen, geen radio’s, alleen stilte. Geweldig, hier deden we het voor! We kwamen aan in het dorpje. Hier zouden we overnachten. Het dorpje bestond uit een stuk of vijftien huizen en ‘’ons” huis bood een geweldig uitzicht over de omgeving. Gelukkig hadden we ieder een in Kathmandu gekocht dekentje bij ons. Erg warm was het namelijk niet meer voor het huis in de schemering op deze hoogte. We hoorden Martina met de gidsen en bewoners praten over “Roxy”. Jann en ik keken elkaar niet begrijpend aan, wat zou ze nu weer aan het regelen zijn? Tien minuten later zaten we ieder met een ijzeren beker vol warme drank te genieten. Roxy is een zelf gebrouwen drank die je alleen in de bergen kunt krijgen. Het wordt met warm water aangelengd en gezond zal het vast niet zijn, maar dat kon ons in die dagen niet veel schelen. We warmden onze keel en handen aan het spul en keken naar de kinderen en volwassenen die ongeveer twee meter voor ons op een muurtje kwamen zitten en naar ons keken. Wie keek naar wie? Er was van alles te zien rondom het erf. Pas geboren geitjes, twee zwarte kippen met een roze lintje om de poten, een kat, van alles liep er rond. Er werd gevraagd of we wel of geen kip bij het eten wilden nuttigen. Wel kip betekende dat we in totaal ongeveer vijf euro meer moesten betalen en hier kon dan iedereen van mee eten, ook de bewoners zelf. Wij vonden het prima. Later zagen we nog maar 1 kip met roze lintje lopen, tja.

chipangkinderen
Wie keek naar wie….?

Na een tijdje zitten, kletsen, genieten van de omgeving, konden we naar binnen om te eten. In een hoek van wat eigenlijk onze slaapkamer was zaten al een aantal mensen op de grond rond een soort kampvuurtje. Het plafond erboven was zwart geblakerd. We gingen erbij zitten en kregen een ijzeren bord aangereikt met “Delbath” het standaard Nepalees eten. Heerlijk. Het is een soort linzenprut met rijst en groenten en als het dus meezit ook vlees. De linzenprut krijg je in een apart schaaltje en giet je over de rijst, anders is deze te droog. Na het eten vonden we het welletjes en verlangden naar onze bedjes. Nadat iedereen weg was uit de woon-/slaapkamer-keuken jaagden we ook de geit, kip en kat naar buiten en doken onze bedden in. Er bleef nog een man voor onze deur liggen. Waarschijnlijk hadden we hem beroofd van zijn bed. Of hij nu verkouden was of een andere ziekte onder de leden had of gewoon te veel rookte weet ik niet. We werden wel om de beurt onpasselijk van het gerochel dat zo ongeveer de hele nacht te horen was. Jann vertelde de volgende ochtend dat ze hierdoor niet veel geslapen had, maar ook door alle andere geluiden die ze in de kamer had gehoord, ze dacht aan ratten en muizen. Nou ja, het zou kunnen, maar ik had uiteindelijk toch wel redelijk geslapen. De volgende ochtend kregen we na het ontbijt door de moeder des huizes een roze verfstip op ons voorhoofd geschilderd om ons te beschermen tijdens de tocht. Jann en ik keken elkaar een beetje glimlachend aan, Martina was aan deze gebruiken inmiddels gewend en nam er ook vaak deel aan. We waardeerden het in ieder geval zeer.

IMG_3401.JPG
Stilte en prachtig uitzicht

Deze tweede dag voerde de tocht naar beneden. We bleven de rivier, die we moesten oversteken de hele ochtend zien. Dalen is eigenlijk nog moeilijker dan stijgen. Ik vermoedde dat we de latere tocht in de Himalaya op onze sloffen zouden kunnen halen (dit bleek achteraf ook zo te zijn.)

Bij de rivier aangekomen, “klopten” we bij een huis aan om te vragen of ze iets te eten voor ons konden maken. Dat was prima, het zou wel enige tijd duren aangezien ze ergens in de grond een wortel op zouden graven om te bereiden. Deze moest lang koken. We hebben genoten van het zonnetje en uiteraard weer van de omgeving. Na zo’n lange ochtend wandelen was de honger groot, maar de aardappels en wortels bij de Delbath kregen we toch niet allemaal op. We vervolgend onze tocht over een schitterende bergkam omhoog, wat een uitzicht!

IMG_3380.JPG
Verder omhoog over de bergkam

Later zagen we aan beide kanten de diepte, ook geweldig, maar het begon wel wat te kriebelen in mijn maag.

IMG_3374.JPG
In dit dorp had niemand stroom, wel stromend water

Wat genoot ik toch van deze tocht. De rust, de overweldigende vergezichten, mooie groene natuur, de soms in de verte verschijnende kleine dorpjes met lieve, aardige mensen. Soms zakte de moed me wel even in de schoenen als ik zag hoe ver we nog omhoog moesten lopen naar de volgende bergtop, maar achteraf viel het toch altijd weer mee en was ik de moeite snel vergeten. Ook de tweede en derde nacht verbleven we bij mensen thuis, die de maaltijd voor ons bereidden om zo wat bij te verdienen. Zo hielpen we elkaar een beetje. Bovendien kregen we hier weer inzicht in ons eigen leven. Misschien cliché, maar je weet weer hoe goed je het hebt als je ziet dat hier mensen wonen die misschien nog nooit een televisie hebben gezien. Ze hebben soms niet eens electriciteit.

De laatste twee uur wandelen bracht ons weer langzaam terug in de bewoonde wereld. We werden nog ingehaald door “struiken”, mensen die zoveel takken meedroegen, dat je alleen een paar beentjes eronder vandaan zag komen. Waarschijnlijk voedsel voor de geiten. Het was in ieder geval een grappig gezicht. We hoorden ook weer voorbijgangers “namaste” zeggen.

IMG_3410.JPG
Aangekomen in de bewoonde wereld

Onze tocht was hiermee ten einde en we zouden met de bus naar Sauraha in Chitwan National Park (“Martina’s dorp”) vertrekken.